Leren, hoe doe jij dat?

Wat zou het toch handig zijn als iedereen op dezelfde manier zou leren. Je voegt gewoon 1 soort opdracht toe aan je workshop en gaan met die banaan! Helaas, zo werkt het niet.

Hoe leer jij het liefst?

Wat vind jij de fijnste manier om iets te leren? Maak je aantekeningen, of streep je juist dingen aan in een boek? Maak je een compleet uitgeschreven samenvatting, of probeer je juist alles schematisch weer te geven? Dit zijn nog maar een paar opties om te leren. Dus je snapt wel, dat ieder mens zijn of haar eigen voorkeur heeft, dus ook de deelnemers in jouw training of workshop.

Om iedereen blij en enthousiast met nieuwe kennis of vaardigheden weer naar huis te laten gaan, is het dus slim  om hier op in te spelen door verschillende soorten opdrachten, ofwel verschillende werkvormen aan te bieden. Dan heb je meer kans dat men zich ‘gehoord’ of begrepen voelt, dan wanneer je maar 1 soort opdracht steeds opnieuw herhaalt. Dit leidt logischerwijs eerder tot irritatie, zeker bij diegenen die liever op een andere manier leren.

 

Verschillende leerstijlen

Om meer inzicht te krijgen in de wijze waarop men kan leren, wil ik je hier wat uitleg geven over de leerstijlen, zoals die in kaart zijn gebracht door Kolb. Deze leerstijlen worden nog steeds vaak gebruikt in o.a. het onderwijs als achtergrond over leerstijlen en werkvormen. Er zijn fervente aanhangers van deze indeling, maar ook de nodige tegenstanders, die vinden dat je mensen niet in een paar hokjes kunt plaatsen.

Zelf denk ik niet dat de leerstijlen van Kolb perfect zijn, maar ik vind het wel een handig hulpmiddel om e.e.a. te verduidelijken rondom het variëren met werkvormen. Het grootste voordeel vind ik dat je een houvast hebt, een richtlijn om mee te werken. Het grootste nadeel is echter, dat men geneigd is om zichzelf een etiket op te plakken van 1 leerstijl en niet openstaat voor een andere leerstijl. Volgens mij zit dan ook de kracht in het combineren van deze leerstijlen, in plaats van het opplakken van een etiket. Ieder zal zo zijn voorkeur hebben voor een bepaalde stijl, maar je kunt jezelf het beste ontwikkelen, als je ook openstaat voor andere leerstijlen. En dat kun je dus in een training bereiken, door de deelnemers verschillende soorten opdrachten te laten doen.

 

4 fases, 4 leerstijlen

De 4 fases die Kolb heeft bedacht zijn:

  1. concreet ervaren (voelen)
  2. waarnemen en overdenken (waarnemen)
  3. analyseren en abstract denken (denken)
  4. actief experimenteren (doen)

Vanuit die fases kwam hij op de leerstijlen:

  1. doener
  2. bezinner (niet dromer, zoals je vaak ziet)
  3. denker
  4. beslisser

 

Als je alle fases doorloopt, zou je dus het beste kunnen leren. In je training kun je hier aan tegemoet komen, door verschillende soorten opdrachten te integreren.

Voorbeelden van werkvormen die bij de verschillende leerstijlen passen, zijn:

Doener: praktische opdracht (iets laten maken), informatie verzamelen, rollenspel

Bezinner: een creatieve werkvorm, zoals een collage maken of een brainstormopdracht

Denker: vragen laten stellen, laten analyseren, ordenen

Beslisser: werken vanuit een probleemstelling, een quiz als controlemiddel

Sommige werkvormen passen natuurlijk bij meerdere leerstijlen. Iedereen heeft immers wel meerdere leerstijlen in zich, alleen is de kans groot dat je een voorkeur voor het een of ander hebt. Om er achter te komen welke werkvormen het beste in jouw training passen, moet je gewoon gaan DOEN!

 

Probeer en leer!

Doe iets, kijk hoe het gaat, evalueer de voor- en nadelen en je kunt je eigen werkvorm weer wat bijschaven. Durf zelf ook te proberen en te leren. En vergeet niet dat je met mensen werkt. De een reageert nu eenmaal anders dan de ander en dat kan ook weer vele redenen hebben. Dus kijk wat bij jou past, kijk naar wat lijkt te werken. Wat werkt, doe je een volgende keer weer, wat niet werkt pas je aan of daar kies je een andere werkvorm voor in de plaats.